Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2C-VI.

De vorigen, STEVELS.

S t e v e 1 s.

O God, meneer — — — ik zoek je overal — - —

hier is het geld terug — — - — —

Hij i/ooit hem een enveloppe voor de voelen. — -- — — ik wil dat geld in huis niet hebben — •— — - 't is God-geklaagd een arme jongen om te kopen — — — ik wil dat bloedgeld in mijn huis niet hebben — — - — —

Hij ijlt teeg — in de verte hoort men stemmen.

XVIX-

MARIE, GOLTZ.

G o 11 ■/..

schopt het geld neg.

Wat heb ik niet dat geld te maken? —

M a r i e.

treedt achteruit.

Judas — — — — Judas — — --- — Judas - — — —

In de deur op de achtergrond verschijnt met gebaren van droefenis en wanhoop Trippels.

Onderwijl valt de gordijn.

EINDE VAN HET DERDE BEDRIJF.

Sluiten