Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij daarbij in 't oog houden dat sommigen de petangans, de toembals en goenah-goenah niet van de ngelmoe scheiden.

Zoo schreef Poensen (VIII, blz. 246): „In de ngelmoe zijn de dogmatiek en moraal der Javanen begrepen, zij bevat de schatten der godzaligheid voor dit en het volgend leven."

Nog eigenaardiger is wat Harthookn schrijft (IV, blz. 213): „Ilmoe is het een en alles van den Javaan, zijn hoogste schat! Ilmoe bevrijdt hem van onheil, bereidt hem alle mogelijke geluk. Ilmoe regeert en bedwingt de geesten, werpt de geesten uit, en doet ze henen varen waarheen en naar wien men wil. Ilmoe leidt de natuurkrachten, bewerkt de gunst der goden en den zegen des hemels. Ilmoe geeft den zegen der vruchtbaarheid, des rijkdoms en der hoogheid. Ilmoe geeft het zoete genot der bittere wraak. Ilmoe doet het voorwerp van zijn haat krommen als een worm in het stof, lijden aan onuitsprekelijke smarten, sterven aan vreeslijke pijnen. Ilmoe openbaart den mensch het bepaalde uur zijns doods, waardoor hij bijtijds gelegenheid heeft om uitstel te smeeken aan den Hjang-hjang, den Danhjang of Allah. Ilmoe verzekert den mensch de gunst der goden, eene nieuwe geboorte, eene hooge geboorte. Driewerf heil derhalve den man van ilmoe; rampzalig hij die geene heeft! Een man van ilmoe,een man die een groot aantal ilmoe heeft, een man die veel ilmoe bezit, een man die veel verholens kent, zijn uitdrukkingen voor den Javaan van gelijke kracht als voor een Christen de woorden „een godzalige", „een godvruchtige", „een vrome", „een deugdzame".

„Het zaligmakend geloof der Christenen is dus weetheiligheid, het weten der ilmoes bij den Javaan. Het

Sluiten