Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen een geschikt voorwendsel tot hunne wreede en onbezonnene ondernemingen is geweest."

In „het Regt voor Nedeii. Indië" (10« jaarg. blz. 204) verzekert de rechter hetzelfde: het zijn de ngelmoes en het tapaleven, die tot opstand leiden.

Deze verklaringen stemmen volkomen overeen met mijn eigen ondervindingen. De ngelmoes waren ook de oorzaak van het oproer te Gedangan, dat ik meemaakte. De aanvoerder der oproerlingen Kiaai Kasan Moekmjn begon eerst met regen en vruchtbaarheid verspreidende sarat's (isjarat) of djimats te verkoopen, daarnaast zieken te genezen. Toen hij eenig succes had, ging hij ngelmoes onderwijzen, eerst eenvoudige om rijk te worden of dergelijke, hij klom op tot de zoo overmoedig makende ngelmoe van onkwetsbaarheid. Door de vereering, die men geniet, klimt het zelfgevoel of zelfbewustzijn tot autosuggestie, en men begeert steeds grooter invloed; men waant zich de uitverkorene Gods. Men vereenzelvigt zich met het bij vele volkeren bestaande denkbeeld eener toekomende gouden eeuw, waarin de beleden godsdienst zal zegevieren. Bij de Arabieren is dit denkbeeld bekend als het verwachten van den Imam MAiiDr, welke verwachting den Engelschen in Soedan zooveel moeite bereidde. Is men eenmaal zoo ver, dan meent men ook de ongeloovigen te moeten vernietigen, ook heeft men te veel gebluft, de volgelingen dwingen eindelijk om die macht te toonen. Op het laatste oogenblik wordt die autosuggestie tegengewerkt door eene antiautosuggestie door critische gedachten over de macht der tegenstanders, door vrees. Zoo was het ook bij Kiaai Kasan Moekmin, maar die periode kwam hij op klassieke wijze te boven. Door bidden, hongeren,

waken, eenzaamheid, werkte hij zich in zulk een extase,

ó

Sluiten