Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonderlinge ontmoetingen of volbrachte reizen te verhalen; dan weet hij allerlei bijzonderheden omtrent dieren, visschen en vogelen, de pékoetoet (duivensoort) niet te vergeten, mee te deelen; en zijne verhalen omtrent spookgeschiedenissen, de werkzaamheid van geesten, en allerlei bijgeloovige dingen brengen zijn gehoor in spanning, dat hem dan door het maken van allerlei opmerkingen weer aanleiding geeft tot het op nieuw beginnen van een even interessant verhaal. Bij zulke gelegenheden ontvangen de kinderen dan leer- en zedespreuken, lessen omtrent wellevendheid, en voorschriften, die zij zich op hun ouden dag nog herinneren." (hetzelfde ook bij Brumund).

Door zulke verhalen begint het in zijn denken eenzaam gelaten kind zich een wereld buiten de werkelijkheid te scheppen, zich te verliezen in louter phantastische beelden zonder ziel en gedachte. Daarmede begint dan tevens de voornaamste kinderramp. Want die kleine kinderhoofdjes zijn gestadig vervuld met de vrees voor spoken en allerlei dreigende machten (Lekkerkerker), en uit die vrees verlossen hem de ouders niet, die er immers zelf aan gelooven en zoo ontwikkelt zich reeds het boven beschreven gevoel van afhankelijkheid, dat alle ontwikkeling van individualiteit in de eerste kiem smoort.

Slechts op een ding letten de ouders bij de opvoeding, namelijk hierop, dat het kind zoo spoedig mogelijk leert zich zelf te helpen, en zoo kan men reeds kinderen van twee jaren aan het vuur zien zitten djagoeng (maïs kolven) roosteren, of zooals Schmalhausen zegt: Het Javaansche kind bezit eene handigheid boven zijne jaren. Dat de ouders deze eigenschap zoo snel mogelijk ontwikkelen, is niet zoozeer een gevolg van luiheid der ouders, maar

Sluiten