Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevens ook een gevolg der armoede (nood gedwongen, Schmalhausen). Beido ouders moeten trachten het noodigste te vinden om de maag te vullen. Het heeft dit goede gevolg, dat de opmerkingsgave zich vroeg ontwikkelt evenals de handigheid der handen en voeten, die wij bij alle Javanen bewonderen en die hun als werklieden zoo bruikbaar maakt.

Een lezer, die niet met Java bekend is, zou hier kunnen vragen „waarom zenden zij hun kinderen niet naar school". Het antwoord kan voor de groote massa des volks kort zijn, en wel deze, dat er eenvoudig geen scholen voor hen bestaan, behalve de „langgar", de school van den dorpspriester (modin), waar men niets anders leert dan arabische lettergrepen en onbegrepen koranspreuken opdreunen, maar ook op plaatsen, waar wel betere scholen zijn (1 op 100000 inwoners Schmalhausen), bestaat er nog een geheel andere reden om de kinderen niet daarheen te zenden, zoo juist aangewezen door Poensen (XXXI/223): „Spreek tot de ouders, die in zulke omstandigheden verkeeren, niet van eenige zorg voor de opvoeding hunner kinderen, vooral niet om hen naar school te zenden, om daar eenige nuttige kennis op te doen. Het zou immers zijn, den spot drijven met hunne ellende! De jongens moeten zoo spoedig mogelijk wat zien te verdienen: de meisjes moeten ook al meewerken in den tuin of op het veld; of door het oppassen van jongere kinderen, de moeder in de gelegenheid stellen, eten te zoeken; alles dringt om te zorgen, dat men niet van honger sterft, en iedere hoogere aspiratie is voor goed onmogelijk geworden." — „De belastingen moeten in geld worden voldaan", schrijft Schmalhausen, „en zoodoende draaien de gedachten van den Javaan steeds om dat eene punt: „Hoe kom ik aan contanten"."

Sluiten