Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, zij weten het waarom niet, en de ongeoefende durft niet te vragen, want hij is bang uitgelachen te worden en dat kan geen Javaan verdragen. Hij knutselt dus zoo'n beetje, brengt materialen aan en kijkt rond, zonder over het waarom te denken, maar om te leeren naapen de bewegingen der anderen, en getrouw nabootsende zal hij in zeer korten tijd een zeer bruikbaar werkman worden, te bruikbaarder in veler oogen omdat hij niet eigenwijs is, niet eigenwijs kan zijn. Met de grootste gelijkmatigheid werkt hij nu voort, want nu is alles „sleurwerk" geworden en daarvan houdt de Javaan (Stoll, blz. 150), „zielsveel", want sleur eischt geen denken.

Sprekende over deze eigenschap der Javanen, ontmoette ik meermalen tegenspraak, men verklaarde mij herhaaldelijk opgemerkt te hebben, dat Javanen wel denken bij hun werk, maar al dit denken is te herleiden tot datgene, wat Boeka (Een Koffieopziener, blz. 38) noemt „de kinderlijke eigenschap der inlanders van uit te munten in vindingrijkheid, om door allerlei knoeierijen zich het werk iets gemakkelijker te maken", en daarom zal ik er ook maar niet langer bij stilstaan.

Men verwondert zich er in Europa wel eens over dat de europeesche families zooveel dienstpersoneel hebben, ook de minder gegoeden. Ook dit is een gevolg der denkluiheid, van den tegenzin tegen denken. Men wil slechts één soort werk doen, liefst alle dag hetzelfde, en dan is men tevreden bij een minimum loon. Denk nooit op Java dat gij door hooger loon meer kunt eischen van den man, denk nooit dat 3 bedienden a /' 10 in de maand evenveel kunnen of zullen werken als 5 a f 6. Die 3 a f 10 zullen niet lang bij u blijven, terwijl de 5 a f 6 zich tevreden bij u zullen gevoelen

Sluiten