Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fluenceerd door de vele bijgeloovige handelingen van het animisme noch door de hongerquaestie als de rijstbouw. Hier moeten ook andere factoren in het spel zijn: zooals de angst om bij hoogeren opbrengst meerdere landrente te moeten betalen of wellicht nog veel meer de overtuiging dat het bij den slechten toestand der politie (zoo juist beschreven door Boeka „Een koffieopziener", bl. 103—110 en hoofdstuk VIII en IX) niet wenschelijk is om te sparen; maar de hoofdoorzaak schuilt naar mijne meening in zekere laksheid, onnadenkendheid, veroorzaakt door de gebrekkige ontwikkeling van zijn denkvermogen en door het boven meermalen genoemde gevoel der afhankelijkheid'). Het vermoeit hem er telkens aan te moeten denken dat men bijv. een vruchtentuin geregeld van struikgewas en alang alang moet schoonhouden, omspitten, voor geregelden afvoer van water zorgen en slaagt nu de aanplant niet, dan heeft hij steeds een of andere animistische verklaring bij de hand, het verzuimen van een of andere geestenbezwerende prophylactische maatregel; aan eigen verstandelijke tekortkomingen zal

1) Tal van andere redenen, waarom proeven met nieuwe soorten geen ingang vinden, noemde de Heer J. F. A. van Moll in het Soerab. Handelsblad 1902. De beste rijstsoort vindt geen ingang, als de inlander beweert dat die hem zwaar op de maag ligt, of een maissoort, die veel beter beschot geeft dan de gewoonlijk gebruikte, wordt te vergeefs aanbevolen als ze later rijpt, want de man met den rammelenden maag kan niet wachten; vereisclit verder eene goede behandeling meer werk dan is hem dit te lastig, want hy denkt slechts aan het oogenblik niet aan de toekomst. De Heer van Moll betoogt ook dat de proefvelden niets uitwerken en alle bemoeiingen van den Heer Holle niets uitgewerkt hebben, en de Heer Stoll geeft dan in het XlXe kapittel zijner „Kiekjes op Java" een eigenaardige beschrijving waarom hier met prentah aloes niets bereikt werd.

Sluiten