Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lende, leidende beginsel doet uitkomen (Poensen XIII, blz. 172). Ook moet men alles vermijden wat het Javaansch-Mohamedaansche bewustzijn zou kunnen kwetsen. Men kan zulke volksboekjes kleeden in den vorm van raadsels (tjangkriman) of verhalen (dongeng). De taal moet uitsluitend Javaansch, Madoereesch, Soendaneesch zijn, en de stijl geschikt voor modjo, d. w. z. om half zingende gelezen te worden. Zij moeten gedrukt zijn met de letter en in het formaat hunner uude manuscripten, vermeldende noch uitgever noch drukplaats en zeer zeker niet de landsdrukkerij. Met de verspreiding van zulke boekjes zullen zich gaarne vele particulieren belasten, ongeveer zooals genootschappen tractaatjes ronddeelen, en wellicht ware het nog het beste, zoo de regeering zich met deze zaak niet anders inliet dan door particuliere pogingen in deze financieel krachtig te steunen.

Een ding hoop ik zal den lezer uit het bovenstaande duidelijk zijn geworden wat de heer Meijer Rannet met deze woorden uitdrukte: „Emigratie, irrigatie en educatie kunnen zeer zeker veel verbeteren, maar brengen nog geen wijziging in de maatschappelijke verhoudingen, die niet deugen en grootendeels de quaestie beheerschen. Er zal eenigen tijd noodig zijn om deze zaak in alle bijzonderheden te bestudeeren. Daarna zal het blijken, dat de zoogenaamde „opheffing" van Java niet afhankelijk is van eenige millioenen guldens, maar veel meer van het loegnemen der slagboomcn, die de algemeene ontioikkeling tegenhouden."

Het ware voor Java te wenschen, dat er wat minder gepraat werd over de eereschuld, over emigratie, irrigatie en educatie, maar een nieuw trits op het koloniale banier werd geschreven: verlos hem van

Sluiten