Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hij voelt instinctmatig dat wij hem niet begrijpen, dat wij de drijfveer zijner handelingen niet kunnen zien, hij voelt dit ook hierdoor dat hij bemerkt dat wij die drijfveeren, waar wij ze zien, geringschatten en bespotten en dat verdraagt geen Javaan. Hoe zal de Europeaan hem ook begrijpen, die meent dat Hindoeisme en Mohammedanisme toegangswegen zijn tot zijne ziel1), die meent dat eens menschen handelingen bestuurd moeten worden door causaliteit en logica. Heeft men dit alles ter zijde gezet, dan is men op den goeden weg, en nemen wij nu op dien weg het animisme tot gids dan zullen wij niet meer zeggen dat de westerling den oosterling niet begrijpen kan. Wel is waar, staan wij dan aan een ander gevaar bloot en wel dit, dat wij gesugereerd worden door den Javaanschen geest.

Die geest influenceert ons daarom zoo licht, omdat het animisme, wel verborgen in een der diepste schuilhoeken van ons hart, overdekt met een korst van causaliteit en logica, toch nog steeds in ons eigen ik schuilt (zooals de herinneringen der kindsheid ons het langst bij blijven) en deze suggestieve invloed schept dan tevens het heimwee, het verlangen naar Java, dat ons vaderland niet is, het verlangen naar het oosten.

Zal ik nu eindigen met een wensch of met een

1) Prof. Skouck Hurgronje schreef (1. c. bl. 25): Wie onze OostIndische broeders wil kennen, hen besturen, onderwijzen, opvoeden kan hunnen Islam niet straffeloos veronachtzamen. Al ben ik bereid deze woorden te onderteekenen, zoo meen ik toch deze restrictie er bij te moeten voegen dat, wat het „kennen" betreft, de Islam slechts eenig licht geeft ten opzichte der bongso poetihan, voor het kennen der groote massa des volks der bongso abangan kunnen wij het geheel verwaarloozen. Bij het besturen en onderwijzen evenwel hebben wij ten opzichte van het geheele volk op den Islam te letten.

Sluiten