Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loosheid, zij herhaalden steeds dezelfde klachten van slapeloosheid, wisselende pijnen in het kruis of in andere lichaamsdeelen, spoedige ongemotiveerde afmatting, algcmeene lusteloosheid, ongemotiveerde onrustige of neergedrukte stemming, zooals wij die van dezelfde patienten in Europa kennen, ik slaakte toen de zucht: hoe treurig is het de hoofden van een zich eerst ontwikkelend volk reeds te zien degenerceren. Zie, zoo een balinees ter dood veroordeeld was, werd hij vroeger gekrist, hij stond recht op en wachtte kalm af tot het staal door zijn ribben drong. Zoo was vroeger ook de javaan, zoo is hij ten deele nog heden. Of is het iets anders zoo de koelie met een kalm gezicht zich een arm of een been laat afzetten, zonder te schreeuwen, zonder te kermen, zonder te zuchten, ja zonder zich te verroeren. Dit weet ik niet alleen van anderen, maar ik heb het zelf ondervonden, als ik helpen moest, maar geen assistent had, die den ongelukkige met chloroform had kunnen verdooven. Onze hoofden evenwel, zij die beschaafd zijn, door hetgeen zij leerden, zijn overgevoelig geworden, zij verdragen nauwelijks dat men een wondje hecht, een verband legt, een kies trekt. Deze overgevoeligheid is dan ook de aanleiding dat zij bang zijn voor den geneesheer, waar de koeli dit niet meelis. Zij hebben geen fut meer; elk gevaar ontwijken zij, zooals ik bij het Gedangan-oproer kon waarnemen. De wedono van Krian en de assistent-wedono van Taman, die kijaai Kasan moekmin zouden surveilleeren of observeeren zochten veiliger plaats op, de wedono van Oedangan wist niets beters te doen dan te heulen met de opstandelingen, de assistent-wedono van Tebel riep den Europeanen, die naar de plaats des onheils snelden toe: „keert terug, ge kunt er niet komen,

Sluiten