is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den omtrek, de Consuls van Rome en de aanzienlijkste Patriciërs, eenige Bisschoppen, waaronder Paschalis en Kampulus, die hun misdadige oogmerken achter het masker der onbeschaamdheid bleven verbergen, Forteman en de voornaamsten onder de hoofden der bezetting, hadden zich bij hem gevoegd. _

Eindelijk, na lang toeven, gaven luid herhaalde jubelkreten, die langzamerhand naderden, te kennen, dat de trein zich in het gezicht. bevond, en weldra blonken de helmen van Graaf Luitman krijgsknechten in den glans der zonnestralen. Op dezen volgde een bende Moorsche speellieden, die met een onvermoeiden ijver hun trommen en speeltuigen des te luider deden hooren, naarmate het volksgejoel den klank daarvan verdoofde. Na hen kwam een twintigtal blanke en even zooveel zwarte slaven, op 't prachtigst uitgedost, en met het bloote slagzwaard in de hand. Nu volgden zes Muzelmannen, uit het doorluchtige Huis der Barmeciden gesproten, eerwaardig door hun achtbaar voorkomen en sneeuwwitte baarden, allen met eerekleederen omgord en op muilezels gezeten. Elk hunner werd door een stoet jonge lieden vergezeld, die met edelen zwier de vurige rossen bereden, hun door de zorg van Graaf Luitmar verstrekt. Die zes grijsaards waren leden van het Gezantschap, en die jonge lieden hun bloedverwanten, die met hen gekomen waren om meerderen luister aan de zending bij te zetten. Maar wat meer nog de aandacht trok en de blijdschap der scharen opwekte, was het gezicht van een vervaarlijk grooten olifant, met rijke bekleedselen omhangen, op wiens rug een sierlijke stellage was geplaatst, waarin een Oosterling gezeten was met een gelen tulband op het hoofd en een prachtigen kaftan van dezelfde kleur. Een zwarte slaaf, achter hem neergehurkt, hief den standerd des Khalifs omhoog. Achter het reusachtige dier vertoonden zich de beambten van het Gezantschap, en daarna een wagen, bewaakt door gewapende slaven, en met een menigte van kisten en balen beladen, die zoowel de voor Koning Karei bestemde geschenken, als de bagage der reizigers bevatteden; terwijl de trein besloten werd, gelijk die geopend was, door krijgsknechten van Lnitinar.

Toen men den Abt in het oog kreeg, hield de optocht stil: de zes grijsaards stegen van hun muilezels af: de olifant boog zijn knieën, en de Oosterling, die hem bereden had, mede afgeklommen zijnde, stelde zich aan het hoofd der zes grijsaards en begaf zich met hen te voet naar de plek, waar de Abt hen verwachtte. Deze liet stilte gebieden en trad vooruit om de Gezanten op een gepaste wijze te verwelkomen, terwijl de tolk naast hem bleef om zijn woorden over te brengen. Maar wie schetst de verwondering van den vromen Wirundus, toen hij in den man met den gelen tulband, die tegenover hem naderde, den Jood Izaiik Ben Manasse herkende. Hij stond een wijl verstomd en buiten staat zijn aanspraak aan te vangen; maar bedenkende, dat hij de oplossing van dit raadsel spoedig zoude bekomen, en dat hij, dewijl de Jood volkomen goed Latijn verstond, geen tolk behoefde, herkreeg hij zijn tegenwoordigheid van geest, en verwelkomde de Gezanten op een gepaste wijze, zich slechts beklagende,