Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een schier eeuwigdurende lente heerscht, en de zon ons van den helderen hemel bestendig tegenlacht. Ik ben uit Friesland mSne Heeren. uit een land, waar de lucht slechts zelden van wolken vrii ifóirfl W*ar z°n.,indien zij een oogenblik van achter dampen en mt een w"™ komt'llflecht3 PoelLen en moerassen beschijnt: ^>iawjn«

dainpingen de lucht verpesten: en toch denk ik metweTlust aan dien \an God zoo schraal bedeelden grond: en toch zal ik zoodra j}® fY e ,m,'J ,.^USJ vergunt, en de Koning mijn arm niet meer behoeft, met blijdschap derwaarts keeren, en de naakte wallen van tmja voorvaderlijk s ot met luid gejuich begroeten en hooger stellen dan de prachtige paleizen die Italië ons aanbiedt; - wantdaarin dat beneveld gewest, hebben mijn Vaderen geleefd en gewerkt dien bodem hebben zi, verdedigd en voor vretmd geweld beschermd daar zal eens mijn gebeente naast het hunne de rust van het eraf genie en: in dat land heb ik het eerst aan den iTederechoot gespeeld, en wekte een brave vader mij tot edele dadenon-en

d»° 'ik rermdJeiTle fwas aan miJn Vaderland en aan de mijnen , • eer van gaf. - En gij, edele Niceforus! gii die volgens uw eigen bekentenis een van de schoonste landen der aarde bewoont, gij zoudt het gewillig verlaten? en die stem welke in

geluid sl'aan^Onmogelijk! d0et h°°ren' Z°U in den Uwen Seel' .Dat is wèl gesproken !" zeide de Abt, die onopgemerkt genaderd was: wij geestelijken hebben geen Vaderland buiten de Kerk waartoe wij behooren: en toch deel ik eenigszins in het gevoel' aar gn van gewaagt: en ik betrap er mij zeiven dikwijls op dat ik de hooge waardigheid, die ik hier bezit, gaarne zoude vaanvelzeggen, om mij weder m mijn eenzame cel van Stablo terug te zien " „Hoe!' vroeg Amalazwinthe, na Niceforus te hebben aangezien die zich niet haastte met te antwoorden en wrevelig voor ziel za»„zou er geen reden bestaan, edele Forteman! die u zou kunnen doe°n besluiten, u elders dan in uw Vaderland te vestigen?"

.f°, ïïan werd beurtelings bleek en rood op deze vraag- doch

Kas SïSaïï; &£ I&ÜSZ £ a

.Neen!" antwoordde Forteman, met een vaste stem: ik zou eeen

te°voTgen5,eeren' m'J hef gen0eg had om miJ na"ar mijnfand

„Wat mij betreft,' zeide Niceforus, terwijl hij opnieuw de schoone Jonkvrouw met teederheid aanzag: „ik zou hZ, die ik Hefhad vergezellen tot aan het einde des aardbodems " '

petezeïvlrdiept. antw00rdde niets' ZiJ waa Week en scheen in ge-

Op dit oogenblik nam de Abt den arm van Forteman: „ik moet

Sluiten