Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u spreken," zeide hij, en, den Fries voorttrekkende, begaf hij zich met hem in een der nabijgelegen lanen.

.Het komt mij voor," zeide de Patriciër, toen hij hen heen zag gaan, „dat de heer Abt zeer met dien Fries is ingenomen."

,En met reden," zeide de Hertog van Nepi: „hij heeft hem goede diensten bewezen; maar het is hier de plaats niet, daarover te spreken," voegde hij er zachtjes bij.

,'tls mogelijk!" hernam Niceforus: „in allen gevalle zie ik niet, wat dien ongemanierden gelukzoeker, die uit een land komt, dat God in zijn toorn geschapen heeft, die, gelijk ik gehoord heb. zonder gevolg en met geen andere kleederen dan die hij aan 't lijf droeg, uit de lucht is komen vallen, het recht geeft het hooge woord te voeren in tegenwoordigheid eener zoo aanzienlijke vergadering als deze. Wie kent dien armzailgen held, wiens donkere blik genoeg zou zijn, overal de vreugde te verbannen?"

Amalazwinthe, ontevreden over den toon, waarop van den edelen Fries gesproken werd, wilde het woord opvatten, toen een andere stem nevens haar de navolgende woorden langzaam hooren deed:

„Onbekend te zijn is geene schande: niet ieder is hier bekend voor hetgeen hij is."

Niceforus wendde snel het hoofd om, ten einde te zien wie gesproken had: en zijn oo/;en ontmoetten die van Izaak, den Gezant, die strak op hem gevestigd waren. Hij verbleekte: zijn vroolijkheid verliet hem: het zweet parelde op zijn gelaat en een "heimelijke trilling doorliep zijn aderen. Niemand echter had gelegenheid om zijn verwarring op te merken; daar de verbazing van Amalazwinthe, toen zij den Joodschen heelmeester dus op eenmaal in een Gezant des Khalifs herschapen zag, en haar uitroep van verwondering aller oogen derwaarts trok.

„Ja!" vervolgde de Jood, lachende: „eergisteren was ik nog een arme schipbreukeling, en heden word ik met eer overladen."

Allen verzamelden zich nu om hem heen, om de uitlegging dezer woorden te hooren: en Niceforus schepte weder moed; want hij hield zich nu overtuigd, dat de woorden, die de Jood gesproken had, niet hem, maar dezen golden: weinig nieuwsgierig echter naar de geschiedenis, die de Gezant te verhalen had, droop hij weg en begaf zich in den tuin, terwijl Izaak aan de omstanders zijn lotgevallen mededeelde, zonder echter gewag te maken van de omstandigheid, dat zijn hulp tot 's Pausen herstelling was ingeroepen geworden.

Niet lang daarna verwijderden zich de Muzelmannen, die met feestelijkheid naar de voor hen bestemde verblijven geleid werden. Hun vertrek en dat van Amalazwinthe. hetwelk spoedig volgde, was het teoken tot den algemeenen aftocht: de poorten werden wederom gesloten: al wat tot het feest gediend had, weggeruimd: en toon de nacht opnieuw zijn sluier over het aardrijk spreidde, heerschte rust en stilte op het 'Vaticaan.

Dan. zoo schier al de bewoners van dit grootsche verblijf hun dagelijksche bekommernissen in de armen eener weldadige sluimering vergaten, daar waren er toch. die vruchteloos den balsem des

Sluiten