is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Dien hebt gij, mijn dochter!" zeide de Abt, haar de handen op het hoofd leggende: „wees vroom en braaf, gelijk gij tot heden geweest zijt: en vergeet niet," voegde hij er bij, terwijl luj r orteman zijdelings aanzag, ,dat gehoorzaamheid aan den wil uws vaders een

Amalazwinthe rees op en keerde snel naar haar slaapvertrek terug, terwijl de Abt van zijnen kant zich verwijderde, gevolgd van Forteman, die met looden stappen en zwijgend achter

h6Een'talrijke volksschaar stond reeds van den vroegen morgen af ■aan de brug Milvius om de afreis van het Gezantschap te zien. Het was echter reeds namiddag geworden, eer de klank der trompetten van de bezetting, door de muziek der Muzelmannen beantwoord, te kennen gaf, dat de trein het Vaticaan verliet. Langzaam trok nu het sterke geleide van ruiters voorbij, dat van den Abt bevel had bekomen, voor de veiligheid van den tocht te waken. Het Gezantschap volgde; maar niet meer in die orde, noch met dien luister, welke men den vongen dag bewonderd had. De Barmeciden, grijsaards zoowel als jongelingen, hadden het plechtige gewaad afgelegd en vertoonden zien thans met onaanzienlijke, van zon, btof en zeewater verkleurde mantels bedekt, evenals een reizende troep tooneelisten. wanneer zij in schralen dos de stad verlaat, waar zij in volle pracht heeft uitgeblonken. De slaven zaten of lagen achteloos op de vrachtwagens, en de olifant zelfs ging met een loomen gang, als zag hij op tegen de reis naar liet noorden. — De eenige personen, die nog eenigszins de aandacht opwekten, waren Forteman, die met zwier zijn zwarten klepper bereed, en wien sommigen onder de toekijkers elkander aanwezen als den Paladijn, die voor den gewonden Paus in de bres was gesprongen, en de Abt van Stablo, wien men met eerbiedig gejuich begroette en met heilwenschen overlaadde. Ook de oude Levi was met zijn kleindochter Rachel onder de menigte, en toen de krijgsknechten den wisselaar met hun speerhouten terug wilden stopten, sprong Okko, die op een vlug bruin paardje, de gift van den Abt, zijn leerlingschap als schildknaap begon, voor den Jood in de bres, trok hem naar zich toe en stelde hem in de gelegenheid om een eind weegs met den trein mede te loopen en zijn geloofsgenoot lzaak

vaarwel te zeggen. . . , , ..

Maar, op wien in dien ganschen trein door niemand werd acht geslagen, was op een grijsaard, die, insgelijks met een reismantel bedekt, evenals de Gezanten in een besloten kar zat, door muilezels voortgetrokken: — het was Paus Leo, die op deze wijze ongemerk het Vuticaan verliet.