Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook nooit mede bemoeid; maar wat beteekeuen al deze vragen? Ik heb uw woord: gij het mijne: — zij zal uw gade worden en haar plichten weten te vervullen: — en ik dank u niet voor de veronderstelling, welke haar gelijk stelt met de Keizerinnen van het Oosten."

Niceforus zweeg. Hij was ontevreden op zich zeiven, dat hij zich zoo herhaaldelijk op een weinig behendige wijze had uitgedrukt: en er was hem te veel aan de vriendschap en den bijstand van den Hertog gelegen, om niet alle pogingen aan te wenden, ten einde zijn vergrijp weder goed te maken. Hij rees geheel op, vatte Bohemund bij de hand, betuigde zijn leedwezen, dat deze al ziin uitdrukkingen misduidde, en liet niets onbeproefd om de goede verstandhouding te herstellen, die gevaar liep van verbroken te worden.

.Laat ons deze punten niet meer aanroeren," zeide ten laatste de Hertog, die, hoewel op den jongeling verstoord, zelf inzag, dat hij te ver gegaan was om terug te keeren, en zoomin zijn wraakzucht tegen Karei als de schitterende vooruitzichten, welke het huwelijk tusschen Amalazwinthe en Niceforus hem beloofde, wilde opofferen: „ik blijf bij mijn woord, ik heb het u reeds gezegd: en het zal niet mijn schuld zijn, indien men u niet als Keizer van het Westen begroet."

„Maar nogmaals!" zeide Niceforus op een smeekenden toon: „zal het nog lang moeten duren, eer wij het zwaard trekken? — Gij kunt niet beseffen, hoe deze staat van onzekerheid mij pijnigt en verontrust."

„Luister!" zeide Bohemund: ,ik besef uw ongeduld: en niet minder dan gij verlang ik naar het tijdstip, waarin wij ons openlijk zullen verklaren. Is eens dat tijdstip daar, dan zal ik uw aansporingen niet noodie hebben, om met voortvarendheid te handelen. Maar het is geen kinderspel, de macht van Karei te trotseeren : en, zoo wij eens beginnen, moeten wij weten vol te houden. — Pepijn staat met een geduchte macht te liavenna: de Hertogen in Middel-Italië zijn aan Karei gehecht: — het wufte Rome zal hein heden verdoemen en morgen toejuichen: Benevent is nog niet vaardig, en de hulpbenden uit Griekenland komen niet opdagen. Het is niet in deze omstandigheden, dat wij met voordeel kunnen handelen; want gij moet niet vergeten, dat alles van den eersten loop, dien de zaken nemen, af zal hangen. Is die naar wensch, dan voegt zich weldra geheel Italië bij onze banier; doch hebben wij in den aanvang reeds met tegenspoed te worstelen, dan is het vruchteloos op de nulp van vrienden en bondgenooten te rekenen. Wij hebben te kiezen tusschen een luisterrijken troon en een schandelijken dood."

„Ik erken de juistheid uwer aanmerkingen," zeide Niceforus: „maar vergeet gij, dat zoo Karei de minste achterdocht voedt, hij zich herwaarts begeven zal, en dat onze toestand dan verergerd is."

„Neen!" antwoordde Bohemund: „en daarom wil ik gedeeltelijk toegeven aan uw verlangen. Ik zal die krijgsknechten, waar ik niet op rekenen kan, van hier verwijderen; doch achtereenvolgens, oin

Sluiten