Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gaat mijns vaders geweest: ik acht u: zelfs uw stout ontwerp, hoezeer ik het veroordeel, verheft u in mijn oogen; — en ik zou met innige deernis zien, dat zooveel gaven slechts zouden gediend hebben om u een schandelijken dood te doen sterven, of u, van het daglicht beroofd, achter sombere kloostermuren het leven te doen vervloeken. O! nogmaals smeek ik u, vlucht, eer u de hand van Karei bereikt."

„Hij zelf, hij beve, de snoode kroonroover," zeide Adalgizus: ,ik ben hier op dit oogenblik machtiger dan hij. Slechts weinige dagen meer, en alle vermomming heeft uit: en ik toon mij aan die duizenden, wier hart nog klopt voor het huis van Dezideeri — En dan zullen die volkeren, die nog uit vrees voor den dwingeland zich het juk getroosten, hun onwaardige kluisters verbreken, de afhangelingen van Karei doen verstuiven en aan Italië de vrijheid onder zijn oude meesters teruggeven."

.Genoeg!" zeide Amalazwinthe: „ik mag niet verder naar u hooren. Vrijwillig hebt gij mij zaken geopenbaard, wier mededeeling mijn hart met schrik vervuld heeft. Nog is het tijd: nog kunt gii van uw \jdel voornemen afzien en uw leven redden; maar zoo gij blijft volharden om in uw dwaasheid de fakkel des oorlogs in ItaRë te willen ontsteken, eischt mijn plicht van mij, dat ik mijn vader bekend make met den gast, dien hij huisvest."

„Ga tot hem," zeide Adalgizus, glimlachende: „en zie, wat h\j u antwoorden zal. De Hertog van Ferrara zal zijn wettigen Vorst niet verraden om den Frank te believen."

„Hoe?" riep Amalazwinthe, van verontwaardiging blozende: „gij zoudt veronderstellen, dat mijn Vader, de edele Hertog van Ferrara, des Koniugs landvoogd, dat hij zijn meester ontrouw zoude worden om uwentwil?"

„En veronderstelt gij zelve," hervatte de Prins, „dat hij onbewust is, wien hij huisvest? Hij kent mij, hij kent mijn liefde; en het is ook uit zijnen naam, dat ik u smeek, mijn wenschen te bekronen."

Adalgizus was bij het uiten dezer laatste woorden op de knie gevallen en had de hand der Jonkvrouw gegrepen en aan zijn lippen gebracht, zonder dat zij de macht had hem te wederstreven; want naar ziel, hoe fier ook, was geheel verslagen door de vreeselijke mededeeling, die haar gedaan was. Hoe! haar vader ontrouw aan zijn eed! hare hand aan den vreemdeling verkocht! het kwam haar ongelooflijk voor! — En toch! hoe liet zich anders de stoutmoedigheid van Adalgizus verklaren?

„Het is onwaar!" riep zij eindelijk, haar stem verheffende: „ikgeïoof u niet. — Verlaat mij, of ik roep om hulp: en bij alle Heiligen! het zou u duur te staan komen."

„Wie durft de edele dochter des Hertogs beleedigen?" vroeg op eenmaal een stem achter hen. Beiden zagen om. Amalazwinthe gaf een kreet van verbazing, en de oogen van Adalgizus flonkerden van toorn. Beiden hadden Forteman herkend, die langzaam nader trad.

.Gij hier terug!" vroeg de Prins, terwijl hij oprees en de hand aan het zwaard sloeg. ,Wat beteekent "

Sluiten