is toegevoegd aan uw favorieten.

De Friezen te Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wellicht is het ten gevolge der door hem aan Karei bewezen diensten, dat de Abten van Stablo later tot Rijksvorsten zijn verheveD geworden.

Bladz. 11, reg. 84. Paladijn is, gelijk men weet, een titel, door do Ridderromans aan de helden der middeleeuwen gegeven, doch dien men zonder vrucht in de geschiedenis zou zoeken, tenzij men dien voor denzelfden houde met Palatijn. Zie Moreri, in voce.

Bladz. 19, reg. 16. Deziderius, laatste Koning der Longobarden, werd in 774 door Karei den Groote. wiens hulp raus Hadriaan tegen hem had ingeroepen, van den troon gestooten. Zie Aimon IV. c. 69, 80; Paui. Diac. Chron. VI de gestib. Long. en do Annales bij Pertz I. Zijn zoon Adalgizus, te dier gelegenheid naar Konstantinonel ge weken, en aldaar met de waardigheid van Patriciër bekloea. deed in 778 een inval in Kalabrië. doch werd door de legers van Karei teruggeslagen. Volgens sommigen werd hij gevangen en ter dood

tebracht: volgens anderen ontkwam hij en eindigde zijn dagen te

onstantinopel. De jongere Adalgizus, in mijn verhaal voorkomende, is niet hem, maar mij het bestaan verschuldigd.

Bladz. 19, reg. 25. Het toenmalige Hertogdom Benevent bezat een grootere uitgestrektheid dan het tegenwoordige Prinsdom; daar het, behalve het eigenlijke grondgebied van dien naam, ook het grootste gedeelte van het Koninkrijk Napels bevatte.

Bladz. 19, reg. 43. Pepijn, zoon van Karei don Groote uit zijn tweede vrouw Hildegard, werd in 781 tot Koning van Lombardije verheven, en stierf in 81Ó en dus vóór zijn vader.

Bladz. 20, reg. 16. Graaf Diederik was, gelijk blijkt uit de Annales Einhardi ad ann. 782 bij Pertz I, een bloedverwant van Karei en tevens een zijner dapperste krijgsoversten. Naar de gissing van sommigen (als Heda p. 51. G. van Loon Al. Holl. Hist. II, bl. 11) zoude de Graven van Holland van hem afstammen. Zie wijders over hem de noot, door den Heer Mr. A. van Hamael gevoegd achter zijn Treurspel: Radboud de Tweede, waarin deze Diederik een niet onbelangrijke rol voert.

Bladz. 29, reg. 18. De Friesche wollen stoflen waren te dezer tijd zeer in aanzien. Zie Wagenaar II, bl. 8, en de schrijvers, aldaar aangehaald.

Bladz. 41, reg. 21. De alhier voorkomende Obelisk is wellicht dezelfde, die thans nog op do groote plaats voor de Sint-Pieterskerk prijkt en, door Kaligula uit Egypte naar Rome gevoerd, vroeger zijn Cirkus versierde.

Bladz. 52, reg. 37. Nepi is slechts een kleine stad op den weg van Rome naar Viterbo, doen schijnt vroeger aanzienlijker te zijn geweest. Ik vind althans een Hertog van Nepi (dux Nepesinus) by Platina, de vita Pontificum, p. 223.