Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wélgedane bourgeois, die 's Zondags met zijne familie op den Scheveningschen weg in den Haag wandelt, de type fatsoenlijk-man, met „een positie" en die „een beschaafd Nederlander" is. Dien was ik in China kwijt, en ik zuchtte van verlichting.

Dat mooie, trotsche, eenvoudige, vrome land waar ik in kwam, daar om Amoy!

Die sombere, zwijgende rotsen, onwankelbaar opgerezen, in den roerloozen stand der volmaaktheid, zóó als ze zijn volkomen, in eeuwige rust staande door de eindeloosheid!

Dan die gouden bergen, in rossen gloed, zoo ontzachelijk rijzend als in een hartstorm naar boven, en dan weer zacht en deemoedig glooiende naar beneê, en zéér gedwee blijvend, in sterke zwakheid, onder hunne reine omlijningen, die vérre en vérre door droomen, naar ongekende zaligheden van licht en lucht! En dan de zee, die is rusteloos gaande, en eindeloos, als mijn eigen ziel! Ik kon er zweven in horizonnen en verten, en werd er zoo intiem met de natuur, alsof ik zelf een zachte stille bloem ware.

En hier leefde dat mooie, gracieuze volk, altijd zacht en statig stappende in de wuivingen van hunne zijden gewaden, met de voorname gebaren van hunne handen, en de ernstige kalmte, die een

Sluiten