Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Welnu, Poëzie is het Geluid van het Hart!

„Dit is toch heel eenvoudig, en gij zult het wel begrepen hebben. Poëzie is overal te hooren en te zien, want de gcheele natuur is één groot poëet. Maar juist omdat het zoo eenvoudig is, is het ook zoo streng en onveranderlijk. Waar de bron is van beweging, welt het geluid van het vers. Elk ander geluid is geen poëzie. Het geluid moet komen vanzelf> — Wu Wei, — het moet niet met allerlei kunstgrepen worden gemaakt. Er zijn er velen, velen, die door onnatuurlijke actie geluid voortbrengen, maar dezen zijn geen dichters, maar doen als apen of papegaaien. Weinigen zijn de ware dichters uit wie het vers van-zelf welt vol muziek, geweldig als de stroom bruist van de rotsen, als het onweergeluid in de lucht, of zacht, als het teer geruisch van regen in den avond, als het vage winde wuiven van een koeltje in zomernacht. Hoor, hoor de zee onder ons, zingt zij geen wonder lied? Is het niet één poëem, één zuivere muziek ? Ziet gij die golven overal gaan, in eindelooze beweging, de een na de ander, en over haar heen, en weer verder, en andere, die weêr aankomen, en weer verdwijnen in muziek, hoort gij die ruischende rythmen ? O! Groot en eenvoudig moet de dichter zijn, als de zee! Hij beweegt als de zee, op de natuurlijke beweging die van Tao is, en waarop

Sluiten