Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen en dingen in hun eenvoudigste wezen, zóó simpel, dat hij bijna vlak bij Toa is. Andere menschen zien menschen en dingen verward, als onder dikke nevelen. Een dichter weet dit als een stellige waarheid. Hoe kan hij dan verwachten, dat zijn eenvoud gezien wordt door het vage, omwolkte volk ? Hoe kan hij emotie van haat en droefheid voelen, als men hem bespot ? Hoe kan hij geluk voelen, als men hem wil lauweren? Het is hiermede als met de vier jaargetijden van Chuang Tsz\ Het is niet bizonder verschrikkelijk, omdat het de natuurlijke gang der dingen is. Een dichter is dus niet in wanhoop als men hem hoort, en ook niet gelukkig als men hem huldigt. Hij ziet de dingen van het volk tegen hem aan als den natuurlijken loop der gevolgen, waarvan'hij de oorzaken weet. Het oordeel van het gewone publiek is hem zelfs niet eens onverschillig. Het bestaat een voudig niet voor hem. Hij schept ook zijne verzen niet voor het volk, maar omdat hij ze nu eenmaal \an-zelve schept. Het geluid der menschenwoorden o\er zijn werk ontgaat hem, en hij weet niet, of hij beroemd is, of vergeten ♦). De hoogste beroemdheid is geen beroemdheid te hebben. Gij ziet mij aan,

*) Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).

9

Sluiten