Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SLUIER.

i.

Het jong-jolige licht der Meizon bestuift de straten, stoeit met de nauw-te-ziene knoppen dèr stadsboomen, in teer begin van uitbotting, allereerste aanraking der luchtige lentehand, de kruinen éven kleurend met wazig-groen getint, zichtbaar alleen van uit de verte. Maar de jonge adjunct-controleur der directe belastingen, Maurits Ekelvoort, leeft den laatst en tijd heelemaal niet in 'n stemming van lente. Met bedrukt gezicht en ontevreden, wandelt hij van z'n bureau terug naar z'n kamer, in gedachten, langzaampjes kuierend, omdat hij toch geen haast en den tijd voor-den-eten aan zich heeft. Een boekwinkel passeerend, blijft hij even voor 't raam naar de étalage staan te kijken. Nog is hij 't met z'n eigen niet eens, wat hij z'n meisje voor haar verjaardag zal geven. Het wordt

Sluiten