is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 'n Paar, meneer.

De slungel leidt hem naar de wachtkamer, 'n trapje op aan 't eind van de gang. Er zit 'n jongmensch in illustraties te bladeren, aan 'n klein tafeltje, onder 'n matglazen bolletje electrisch licht. Maurits groet en gaat zitten op 'n stoel langs den wand. Het jongmensch kijkt hem even aan, bladert dan weer door in de illustraties, heelemaal niks zenuwachtig, net even kalm of hij bij z'n eigen thuis zit. Ekelvoort fixeert hem opmerkzaam. Zou die meneer nu werkelijk zoo kalm zijn ? Dan benijdt hij hem, want zelf voelt hij zich gedrukt-onrustig, nu vooral, in die spannende, zékere dokterswachtkamer-stilte. Wat zoud-i mankeeren, 'n druiper ?

Hij hoort 'n vaag borden-gerammel en 't zachte, lijzige neuriën van 'n vrouwestem ; dat zal zeker de meid in de keuken zijn. Hij gluurt achter 't gordijntje, dat neerhangt voor het eenige raam, uitzicht gevend op 'n binnenplaats, 'n Druilig licht hult de dingen in schemering en van uit een der bovenramen dweint het gedempt geluid van 'n praatstem naar hem toe. Dan, raar-opeens, wordt hij 't langzame tikken van de klok gewaar, die in 't wachtkamertje hangt en waar hij nog niet op gelet had. Hij bekijkt nu meer aandachtig de wanden, pover versierd met hier en daar 'n prutserig schilderijtje, dat zeker voor geen andere plaats meer deugde, maar nog wel goed genoeg voor de wachtkamer was. Alleen boven den ingang hangt iets