Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mast met z'n rug naar hem toegekeerd, in gebogen houding over z'n schrijftafel heen. Dan draait de dokter zich om en maakt 'n lichte buiging. Maurits doet evenzoo. Hij heeft z'n hoed op 'n stoel neergelegd en staat nu in de onbeholpen pose van verlegen patiënt; z'n oogen glanzen ongewoon.

— Gaat u zitte, meneer", noodt de dokter met innemende stem, terwijl hij Ekelvoort nauwlettend gadeslaat. Patiënt zegt nog niets, neemt plaats ; maar hij voelt zich door den klank van die stem opeens veel minder timide; die stem werkt kalmeerend en ook 't kalm-sympathiek gezicht van den dokter dwingt hem vrijmoedigheid af.

— Wel, wat hebt u, laat 's hoore", hervat dr. Mast.

— Dokter", bleut Maurits aarzelend, „ik heb.... hoe zal 'k 't noeme, ik heb 'n lastige onregelmatigheid aan m'n.... aan m'n mannelekheid."

— Zoo ?" vraagt dokter leuk-gemoedelijk, „en waarin bestaat die ?"

— Ja, dokter, de voorhuid is veel te lang en.... en te nauw, ik kan 'm daardoor niet terugtrekke, niet over de kop heen, bedoel 'k.

— Och, laat u 's zien", zegt de dokter er pardoes bovenop. En meteen gaat hij, om redenen van kieschheid, wat verzitten, en net doen of hij iets zoekt onder de paperassen op z'n schrijftafel. Maurits maakt gauw z'n broek los. —

Sluiten