Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen : wij leiden 't aan onze zorg toevertrouwde publiek."

— Natuurlek, natuurlek", gelijkgeeft de kapitein der schutterij, „en d&arom is al dat geschetter en al dat lawaai van de socialiste zoo onmenschkundig, zoo aartsverkeerd ; want als ik tegen iemand die goed gezond is, zeg : „meneer, u hebt de tering", dan zal die man eerst ongeloovig z'n hoofd schudde ; maar als ik altijd en altijd maar weer op 't zelfde aanbeeld tamboereer en volhard met te zegge : ,,nee maar heusch, hoor, u hèbt de tering", god, dan gelooft zoo'n man 't ten slotte, natuurlek ! En zóó kome die volksmenners aan hun macht, door anders niets, aan de macht, godbetert, om de mensche ziek en ongelukkig te make, zooals we gezien hebbe bij de staking, paskwilleboel!"

Buiten en behalve om redenen van middenstandspolitiek, koestert Johan F. Staader 'n onuitroeibaren wrok tegen de staking van 1903, vermits hij toen vier nachten met z'n mannetjes in 'n politiebureau heeft moeten logeeren. Bij de eerste opkomst vond hij 't wel aardig ; 't leek hem toen 'n krijgsverrichting, 'n anstrich van militaire heldhaftigheid, waartoe hij, gewoon burger, wel nooit van z'n leven meer in de gelegenheid zou worden gesteld. Maar de tweede maal was 't nieuwtje er al zoowat af en de derde en vierde maal wenschte hij de gansche stakingsbeweging met hart en ziel naar de verdommenis.

Ze denke de maatschappij met al dat geschetter te

Sluiten