is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeie is, dat de lui zich gaan afzondere in 'n federatie, de stommelinge, de beroerde honde, want da's de pest» die verdomde tweespalt in de beweging, in plaats van te snappe, dat de werkgevers de vruchte plukke van al dat gemier, van de vrije en van de anti-politiekers en van de kerkeleke sysjeslijmers en al dat gedonderjaag meer.

Hij praat luid en heftig, de in 't late avonduur schaarsche wandelaars kijken hem aan, denkend dat hij ruzie schopt» Maurits geneert zich wel 'n beetje, het on-gewone gezelschap doet hem raar aan ; half uit verlegenheid en half uit bluf daartegenin, zegt hij, zich 'n air gevend van 't aardig te vinden : „u bent 'n type !"

— Wat heeft 'r dat nou mee te make, meneer, of ik 'n type ben ?" antwoordt de sigarenmaker cru en kwasigebelgd, „ik kan net zoo goed zegge, dat u 'n type ben ; dat slaat nou toch as 'n tang op 'n varke, neem me niet kwalek.?'

— U drukt u, geloof 'k, graag kras uit," zegt Maurits er verlegenachtig overheen.

— Ik kom nooit Kras in, daar he'k geen cente voor,,> pareert de sigarenmaker nuchter-komiek.

Ekelvoort schiet in 'n lachje ; wat moet-i ook anders doen.

— Ja, 't is waar, da's niks om te lache, ik ben 'n gesjochte jonge, as de drankaccijns 't van mij most hebbe, nou, dan kon de minister van financiën z'n begrooting wel op z'n buik schrijve ! Hoeveel denkt u zoowat, dat die