is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerschen, door met kwasi-oplettendheid naar de vogeltjes te blijven zien, net of-i daar nu heusch nog aardigheid in heeft; doch die poging tot zelfsuggestie mislukt, onverzwakt voelt hij den angst voor het Naderende en telkens haalt hij, als 't ware onbewust, z'n horloge uit z'n zak. Tot dit eindelijk op bij half tien staat. Dan besluit hij maar heen te gaan. Met tragen tred, alsof hij eiken pas in berekening doet, loopt hij het plantsoen door naar de Vijzelgracht. Z'n oogen kijken zonder wil en z'n armen lummelen slap langs z'n lijf. Het opnieuw hooren spelen van 't carillon doet de onrust weer erger in hem oplaaien; die klingelende geluiden lijken hem aan te drijven tot meerdere haast, dan volgen de slagen, hoort hij den laatsten slag, 't is achter hem, 't halfuur, de stilte maakt 't scherp-voelbaar en hij versnelt z'n pas, in jaging van ongeduld, nu 't halftien gewéést is. Maar spoedig bezint hij zich weer, dat 't dwaas is, snel te loopen, dat hij langzaam loopen moet, wil hij niet te vroeg aankomen, 'n Eind verder blijft hij even stilstaan voor de ramen van 'n sigarenwinkel, waar 'n plaat van 't Police News te kijk hangt, verbeeldend een der „sensational events of the week" : 'n postbode door drie bandieten vermoord. En hij put nog 'n soort van troost uit die prent, overwegend, dat die aan handen en voeten gebonden man er toch veel erger aan toe is dan hij en hij dus niet zoo kinderachtig bang moest zijn, maar juist blij, omdat-i door 'n vriendelijk mensch zacht be-