Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedaard mee de kamer in. Maurits kijkt even raar-verrast op ; dat had hij nu heelemaal niet verwacht. Den dokter ontgaat dit niet en daarom laat hij er goedig-familiaar op volgen : „geneer je maar niks, hoor vent, Lodewijk heeft meer van die dingetjes bij de hand gehad, nie waar, Lodewijk ?"

Lodewijk geeft geen bepaald teeken van bevestiging ; doch aan den grijns, die even flauw z'n mond verplooit, is 't wel te zien, dat z'n meester waarheid spreekt. Maurits staat onbehelpelijk in 't midden der kamer, met z'n hand leunend op den rug van 'n stoel en z'n gloeierige oogen gericht naar 'n klein tafeltje aan den wand, waarop geglimmer van stalen instrumenten.

— Ga daar maar ligge", hervat de doctor, wijzend naar 'n met leer overtrokken soort van operatiebank onder 't raam, „en klee je dan maar alvast uit, want we beginne dadelek."

— Moet 'k m'n broek uittrekke, dokter ?" vraagt Maurits, droog-beverig van stem, terwijl hij op de bank plaats neemt.

— Nee, da's niet noodig, je kunt alles wel aanhoue, maar haal je hemmetje hoog op, want anders zou d'r bloed aan kome.

De doctor trekt 'n lange, geelachtig-witte snijjas aan, die z'n lichaam ten voeten uit bedekt. Dan begint hij z'n geheimzinnig gemorrel aan de instrumenten op 't tafeltje

Sluiten