Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat is nou alles," zegt dr. Mast al-bettend en met 'n opgeruimd gezicht, omdat hij zeer tevreden is, „nou mag 'k ze geluk wensche, hé ? wat zal ze blij zijn ! jonge, jonge, nou heb je 'n tentoonstellingspenis, grand prix d'honneur, 'n penis, meneertje, om te stele."

'n Plotseling opkomende lachbui doet Maurits' bloote buik drillerig op en neer schudden ; hij kan er moeilijk weerstand aan bieden, tranen van 't ingehouden proesten biggelen langs z'n wangen en de manier, waarop dr. Mast even naar hem loert, maakt 't voor hem nog erger; het is 'n zenuwachtig, slap-futloos huil-lachen, zooals iemand wel doet, die middenin z'n smart ineens de visie op iets komisch krijgt.

— Jij bent 'n buitenmodel patiënt", zegt dr. Mast, „eerst valt-i bijna van z'n geloof en nou ligt-i me uit te lache ; maar zeg 's, vent, zeg me 's eerlek : heb je iets gevoeld ?"

— Nee, dokter, in 't geheel niet, dank u wel, 'k heb 'r niets van gevoeld", antwoordt patiënt, zich uit z'n lighouding oprichtend en trachtend ernstig te zijn.

— Prachtig goedje, hé ? da's van professor Schleicli, God, die man is 'n engel, die is 'n standbeeld waard, waarachtig !

— Wat bloed 'k weinig, dokter", zegt Maurits met 'n timbre van nerveuze blijheid in z'n stem.

— Och man, ik ben in m'n nopjes, heelemaal geen

Sluiten