is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Scheer je weg, vort, alla marsch ! smeerlap ! hoor je niet ? ! scheldt juffrouw Stam kwaadaardig, „we zulle 's kijke, of je straks ook nog zoo'n praas heb."

De kater, voor haar op z'n dood, vlucht de alkoof in.

— Kom", zegt Kee opstaande, „ik ga gauw koffie zette, 'k heb trek gekrege ; en 'k heb wat meegenome, Bet, nou ! je raait 't nooit."

— Zoo ? wat dan ?

— 'n Hallef pond gerookte paling.

— Mensch ben je mal.

— Waarvoor ? 'k mot 'r hard genog voor werreke, 'k mag ook wel 's wat ekstraas hebbe ; en as Piet zich vanmiddag knap houdt, dan krijgt-i de velletjes; dan het-i ook wat.

Maar Piet zou zich nu eens niét knap houden, voor geen duizend velletjes van gerookte paling. Als om kwart voor twee gescheld wordt, vliegt juffrouw Stam, die zich al ongerust begon te maken, dat de vent niet komen zou, naar de trap en trekt open.

— Wie daar ?

— Ben 'k hier terech bij Schoof ?" klinkt 't hol van uit de diepte.

— O jawel, komt u maar na bove," roept Kee terug; en dan, snibbig-gejaagd tot haar zuster, die in de kamer is blijven zitten : „Bet, daar is-i! Bè-èt!"