is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de trap, springt in z'n wanhoop kordaat óver de leuning heen, neerploffend in 't portaal.

— Godallemachtig, zag je dat ? wat 'n salte-metaal maakte-i daar!" bewondert Kee Stam, de handen ineen slaande.

— Hij lijkt wel gedresseerd," merkt de bleek-pappige op.

De twee vrouwen dribbelen den gevluchte speurend

achterna, Kee nu manmoedig voorop.

— Voorzichtig, Kee, hij vliegt je an," maant Bet.

— Waar zoud-i zijn ?

— We zulle 's zoeke, ik denk dat-i beneje in 't pertaai zit.

— De deure van één-hoog die benne toch dicht ?

— Wel ja, 't huis staat toch leeg.

— Ja maar, d'r zijn vanmorrege mensche naar weze kijke.

Plotseling snerpt Kee 'n gilletje uit, welk geluid samengaat, ja, wordt overschreeuwd door 'n rauwen pijn-krijsch van Piet. De zwartkop, verborgen op een der treden van de trap naar de derde étage, zag zich ook daar niet veilig en waagde het, onder de rokken zijner vervolgster dóór, weg te slippen naar boven, waarbij Kee hem echter op z'n staart trapte, met het gevolg voor h&cir, dat ze struikelde en zeker voorover zou zijn geslagen, als ze zich niet krampachtig aan de leuning had vastgegrepen.

— Lamme, beroerde kat," scheldt ze woedend, „luizege smakwammes, mot je me nou nog late valle ook!"

Bet, die nog bovenaan de trap staat en met haar rokken