Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen. — „Wa's dat ?" vraagt ze, klam van den schrik.

Het tolt door haar hoofd, haar hart voelt ze kloppen, haar ooren luisteren vreeselijk scherp ; en dan wordt ze gewaar, dat de allereerste gedachte, die bliksemsnel haar brein doorflitste en die ze tegelijk voor onzinnig hield, toch werkelijkheid blijkt te zijn.

— Heere Jezes, daar hei je Bart", ontvalt haar in consternatie.

Vroolijk neuriënd en, tegen z'n gewoonte in, heel kalm, komt de sigarenmaker de trappen op. Ter oorzake van 't huwelijk der dochter van een der firmanten, heeft 't gansche fabriekspersoneel 'n halven dag vrijaf gekregen. Bart zal dien tijd lekker benutten door in z'n kamertje te gaan lezen in Jaurès' Geschiedenis der Fransche Revolutie, waar hij op ingeteekend heeft.

Weduwe Stam, plotseling tot bezinning komend, keert zenuwachtig naar zolder terug en sist fluisterend, nu weer zeer beleefd : „meneer, niet beneje komme, hoor, blijft u maar zoolang bove, d'r is me zoon en die mag 'r niks van wete, ik zal u wel waarschouwe."

Bet Schoof weet gewoon géén raad en staat in verbouwereerdheid haar handen over elkaar te wrijven. — „Och got, ik heb 't je wel gezegd, Kee, dat 't mis zou loope", zegt ze in 'r domheid nog half hardop.

—Ssst! hou je mond toch en kom naar benee, toe dan," gelast Kee.

Sluiten