is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'n goeien dag.... och nee, dat is pure onzin, want dan zou hij 't toch gewèten hebben, zoo goed als hij nu weet, welke dokter d'r aan huis komt.

'n Groot kwartier blijft hij wandelen. Dan keert hij weer naar huis terug, blijmoedig gestemd, prettig in z'n humeur. Hij kan bést Zondag weer met Nancy uit. Voor de huisdeur ziet hij 't krantenrondbrengstertje staan, met 'n dik pak dagelijksche boden onder haar arm.

— Heb je al gebeld, lieve meid ?" vraagt hij 't kind.

— Ja meneer, 't is voor driehoog.

— O, geef maar hier, ik moet toch naar bove.

— Astublief meneer.... dag meneer.

Er wordt open getrokken. Maurits klimt de trappen op.

— Hallo ! wie is daar ?" roept de sigarenmaker nijdig van toon.

— Blijft u maar, meneer," antwoordt Maurits.

Bart komt hem tegemoet.

— 't Is de krant, ik heb 'm maar voor u aangenome, 't meisje stond juist voor de deur.

— O, dank u wel, meneer.

— Tot uw dienst.... as 't u blieft.

Van uit een der portalen weergalmt 't hol resonneerend gelol van den kater ; de galmingen vloeien in elkaar, zoodat 't als één lang uitgerekt gehuil klinkt. Bart keert met de krant naar boven terug, Piet vermanend, dat-i z'n bek moet houden.