is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wat-i met liegen heeft trachten te verbergen — God zal weten wat 't is! — daar zal-i voor uitkomen !

De tram stopt; Staader stapt af. Op weg naar huis, loopt hij er over te denken wat beter zou zijn : Maurits 'n brief te schrijven, öf hem mondeling opheldering te vragen. Het laatste dunkt hem verstandiger, ja, onder vier oogen is beter, want dan kan hij 't dadelijk merken, als-i zich weer met draaierijen tracht te redden. En vandaag nog, vandaag nog! Hij heeft récht te weten, wat dat voor kwajongensstreken zijn ; 't is bepaald geen zuivere koffie, anders had-i geen reden om 't te verbergen, de tegenwoordige jongelui zijn geen knip voor den neus waard, ze spelen met alle begrippen van moraliteit.

Dichtbij huis al, ziet hij van de andere zijde z'n broer Henri aankomen.

— Hallo!" roept deze ter waarschuwing, z'n pas versnellend.

Johan wacht hem op.

— Bonjour!" verwelkomt de dagbladdirekteur, „hoe gaat 't ? zeg, gaan jullie morge met ons mee naar m'n zomerresidentie ? Lucie en ik hebbe al weer genoeg van de stad, 't is nu buite heerlek, veel genotvoller dan midde in de zomer ; verlede iaar zijn we veel te laat gegaan. Hoe denk je d'r over ? of is Maurits nog convalescent?"

— 't Is goed dat 'k je zie, Henri, 'k wou je wel 's over die sinjeur spreke," antwoordt Johan koel.