Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je hoeft heusch voor mij niet zoo te ontstelle, Maurits, late we kalm prate," hervat Nancy, terwijl ze zitten gaat.

Hij blijft staan, leunend met z'n hand op de tafel; 'n lichte trilling bibbert door z'n beenen, z'n oogen hebben 'n vreemden glans van verschriktheid.

— Ik begrijp je niet, Nancy," leutert hij.

— Je begrijpt me wèl, Maurits, waarom doe je nu zoo verbaasd ! of is 't omdat je me niet verwacht had hier ? Ik zou ook niet gekome zijn, als pa niet zulke beleedigende dinge van je had gezegd.

— Je pa ? maar God....

— Je weet toch zeker wel, dat pa vanmiddag hier is geweest ?

— Nee dat weet 'k niét, dat weet 'k niét!

Ze schouderschokt. — „Dan heeft je juffrouw bepaald verzuimd om 't je te zegge ; pa is na de koffie naar je toegegaan om je te vrage of je morge ook kwam koffiedrinke, maar hij trof je^niet thuis en hij schijnt toen met de juffrouw te hebbe gepraat, tenminste dat veronderstel 'k, hoe of wat weet 'k niet, maar hij heeft zich thuis over je uitgelate op 'n manier, die ik zóó grievend voor je vond, dat 'k dadelek daarop ben weggegaan om je zelf te kunne spreke ; als je nog niet thuis was geweest, dan had 'k net zoolang gewacht tot je kwam, want ik wil positief wete, wat 'r van die praatjes waar is.

Sluiten