is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Praatjes ? welke praatjes ? !

— Pa zegt, dat je ons maar wat wijs hebt gemaakt, dat je volstrekt geen influenza hebt gehad.... is dat zoo, Maurits ? zeg 't mij dan eerlek.

Z'n denkkracht is als verlamd; duizelende gedachten tollen door z'n kop, hij moet haar aanhooren, hij moet haar antwoorden en tegelijk stuwt z'n verbijstering hem tot zèlfdenken, stil voor z'n eigen uit, om klaarte te brengen in de wirwar van z'n brein. Maar ze gunt hem geen seconde. Z'n vertwijfelde houding beangstigt haar.

— Dus pa heeft gelijk ?" vraagt ze scherp.

Als de wringende greep van 'n klauw om z'n keel, zóó komen die woorden op hem af. — „Ja, hij heeft gelijk," kreet het uit z'n onthutste ziel.

Kalm hoort ze 't aan ; zachter van toon zegt ze dan : ,,'t is goed dat je bekent; maar 't spijt me vreeselek, dat je 't moet bekenne, ik had gehoopt, dat pa zich zou vergist hebbe."

Hij is bij 't raam gaan staan«half met z'n rug naar haar toegekeerd, in de schaamtehouding van 'n schuldige ; rooie plekken vlammen op z'n koonen, z'n nerveus-glanzende oogen turen naar buiten.

— En waarom heb je de waarheid verzwege, Maurits ? ben je niet ziek geweest ?

Zonder haar aan te zien, antwoordt hij : „ziek.... nee, ziek niet."