is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk zijn genot mede in de vrijheid die zijn geest daarbij geniet. Door geen bijzonder oogmerk wordt hij in zijn genot aan banden gelegd, en vrijelijk spelend kan hij zijn geest er bij laten werken. Wil men in waarheid aesthetisch genieten, dan hoede men zich voor alle onderschuiving van denkbeelden, die bij de schepping van het kunstwerk niet hebben voorgezeten. «Wat een schilderij tot de orde der poëtische gewrochten kan doen behooren, is niet de gezochte beteekenis, maar de voor ieder, die de taal des dichters verstaat, zichtbare uitdrukking van de gedachte welke den kunstenaar bij zijn werk bezielde.» ') Vandaar, dat ook stoffen gewaardeerd worden — mits in voortreffelijke uitvoering — aan welke alle hoogere ideale zin ontbreekt; gelijk voldoende blijkt uit de stukken van velen onzer Oud-Hollandsche meesters als Jan Steen, Teniers, Ostade, die dikwijls grofzinnelijke of plat-burgerlijke onderwerpen behandelen , maar waarvan de aanschouwing toch waar kunstgenot verschaft. 2) In de werkelijkheid zou men veelal zelfs niet eens naar de voorgestelde tafereelen omzien of met weerzin er zich van afwenden; maar de wijze van behandeling en

1) Woorden van F. P. ter Meulen in de Gids van Sept. 1874.

2) Zoo zegt ook Goethe ten opzichte van de dichtkunst: «lm Grande bleibt kein realer Gegenstand unpoetisch , sohald der Dichter ihn gehörig zu gebrauchen weiss».