Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aesthetisch genot de associatiefactor. Het is de verdienste van Fechner het associatiebeginsel, dat in de psychologie reeds lang bekend en gewaardeerd was, ook in de aesthetica als een zeer gewichtig bestanddeel te hebben aangewezen. De reden waarom die factor daar zoo langdurig miskend werd, is wel hierin gelegen, dat men aan de onmiddellijke werking van den uitwendigen vorm toeschreef, wat inderdaad eerst ontleend wordt aan eene er vanbuitenaf aan toegevoegde associatie van voorstellingen. Hoe toch zou die laatste hier geheel werkeloos kunnen blijven, waar zij overal elders in het geestesleven een zoo ingrijpende rol vervult? Ook bij de schoone kunsten berust de genieting niet alleen op een gewekten zinnelijken lust, maar ook op onzinnelijke gevoelens en voorstellingen, die er zich tot een samenhangend geheel mede verbinden. Wij zien niet slechts met een zinnelijk, maar ook met een geestelijk oog. Onze aesthetische waardeering is niet alleen subjectief, in zooverre onze indrukken afhankelijk zijn van onzen psychophysieken toestand, onze aangeboren gaven, oefening en ontwikkeling, maar zij wordt ook beheerscht door een associatieven factor, aangezien allerlei aanwezige voorstellingen met de aanschouwing zelve in verband treden en den aard van den indruk beïnvloeden. Zoo

Sluiten