is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling wij zelf aan 't lachen gebracht worden. En eindelijk komt daarbij nog een sympathische vreugde over de blijdschap van anderen, die wij afleiden uit hun lachen, welke eigen vreugde wij op dezelfde wijze kenbaar maken.

Waar die laatste factor in 't spel komt, is het natuurlijk geenszins onverschillig wie de lachende persoon is; en evenmin is dit het geval, wanneer iemand ons met opzet aan 't lachen zoekt te brengen. Zoo goedlachsch wij zijn voor den een, zoo onaandoenlijk zijn wij voor de geestigheden van den ander. De sympathie, die ons met den persoon verbindt, is hier van veel invloed. Wat wij van een vriend gaarne en met instemming hooren, klinkt ons in den mond van een vijand dikwijls hoogst onsympathiek. Zoo ook hier: het is als verzetten wij ons met kracht er tegen om door iemand, dien wij niet graag mogen lijden, aan 't lachen gebracht te worden; wij willen tegenover hem geen gevoel van verplichting hebben, en wij misgunnen hem het genoegen van te slagen in zijn bedoeling om geestig te zijn en zich daardoor in zijn ijdelheid gestreeld te voelen. ')

1) Is daarentegen die persoon een meerdere of iemand dien wij gaarne te vriend houden, dan zal hij dikwijls met zijn geestigheden veel succes inoogsten, ook al geven die heel geen blijk van vernuft. Men denke aan Serenissimus en Kindermann.