is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou m. a. w. voortspruiten uit een weldadig gevoel van zelfverheffing. Zoo zegt hij in zijn «Human nature or the fundamental clements of policy»: ') «Het lachen is een plotselinge trots (glory), geboren uit de plotselinge voorstelling van onze meerderheid in eenig opzicht, in vergelijking met de minderheid van anderen of met onze eigen vroegere zwakheid.» Het springt evenwel in 't oog dat zulk een voorstelling uitermate eenzijdig is en hoofdzakelijk alleen geldt voor die gevallen, waarin wij spreken van «uitlachen». Ware zij juist voor alle gevallen, dan zou men altijd aan het lachen een minder edel karakter moeten toekennen, en zou moreel beschouwd ook het onschuldigste lachen zijn te veroordeelen. Een persoon toch, van wien getuigd kan worden dat hij in bovenomschreven gemoedsstemming verkeert, is eigenlijk niet vroolijk te noemen, maar veeleer trotsch en zelfvoldaan. Daarenboven zou een dergelijk persoon, zoo hij ten minste de noodige zelfbehcersching bezat, uit welbegrepen eigenbelang zijn vreugde niet zoo

1) London 1650. Chapt. IX. Sect. 13. «I mny thereforc concludc that the passion of laughter is nothing else hut sudden glory, arising from sudden conception of somc eminency in oursclves by comparison with the inferiority of others, or with our own formerly.» Wat die laatste oorzaak betreft voegt hij er aan toe : «Want wij lachen over onze vroegere zotheden, wanneer deze ons in ' t geheugen komen zonder vergezeld te gaan van een huidige oneer.»