is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te drijven, als boeketten. — Een naakte sampan-roeier, gloeiend brons in de zon, roept al luid-lachend: «laï lah! laï lah! tah goé! tah god!» ') met dat hoog chineesch * geschreeuw, dat niet hinderlijk is, en onweerstaanbaar. Het ranke bootje ligt als een groote bruine visch op het water, met oogen geschilderd aan den steven, daar het anders den weg niet weten zou. — De roeier kent mij al, den «toewan djoerabahasa» 2), den «taï-dzin» 3), die een mooie pet met goud galon mag dragen, en dus een groot mandarijn is in zijn oogen. Hij helpt mij beleefdelijk van het glibberige steenen trapje in zijn sampan, mijn « barang » 4) wordt ingeheschen, en Ah Tong, mijn boy, gaat hurken op 't uiterste puntje van den achtersteven, in een wonder van evenwicht, en blijft daar roerloos zitten als een boeddhabeeld, zijn kaal geschoren schedel blakende in de zon.

Het grauwe bootje «Emilie» ligt rookend

1) „Kom! komt huur mijl huur mijl"

2) „Tolk".

3) „Kett-groot mensch" titel voor hoogere mandarijnen.

4) Bagage.