Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlammend om zijn donker hoofd; hij lijkt eer een keizer, een sombere god,tronende op zijn zegewagen. Wat een pracht nu opeens weer, hoe statig gaat dit mij voorbij, 't is een simpele vrachtkar met ossen, maar 't is van een majesteit als een statig tooneel op een Oudegyptisch relief! O! Het wondere, wondere Oosten, hoe lief heb ik het weer opeens? Dan ratelt een ricksha mij weer achterop, en rijdt naast mij wat langzaam, met twee galante mousmé's, twee poppen in bonte kleur. Zij kijken naar me, met hun scheeve amandel-oogen, en lachen, en waaieren zich koket. O neen! mijn kleine kinder-vrouwtjes, hier ben je niet terecht, maar adorabel schattig zijn jullie tóch in je popperige gratie, jullie meisjes van Japan ....

Zóó komt het ééne beeld hier plots na het andere, in deze stad van wonderen, en 't heimwee van daar straks, aan zee, wijkt angstig weg en blijft weer diep in mij zwijgen^ nu ik wordt afgeleid door prachtige kleur en bewegen ....

In de open Bar van het Hotel de 1'Europe ga ik zitten, onder allerlei vreemde, luidruch-

Sluiten