Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ééne van Japan, het andere van Holland gekomen , nü samen in een Singapoorsche straat. Die gedachte komt met groote helderheid in mij op, en ik vat haar hand en zie haar even diep in de oogen, het groote, japansche vrouwen-kind, dat zich voor geld mij bieden komt. Zij begrijpt het anders dan het is, natuurlijk , en lokt mij lieverigjes toe, en kweelt het met haar hoog keelstemmetje uit in 't maleisch: « pigi di atas! pigi di atas!» ') Een geur van bedwelmende bloemen komt uit haar donker, glanzend haar.

Neen, mijn kleine mousmé-tje, mijn kleurig, geurig vrouwtjes-kind van Japan, dat wil ik niet van je, dat wil ik heusch niet van je, ik bén niet een van die bleeke barbaren, die je in je oostersche hart veracht, ik ben hier waarachtig niet gekomen om zonde te doen aan je lijf van popperig meisje. Maar ik vind je wèl heel mooi en heel lief, al weet ik dat hier valsch gevaar in loert, ik vind je een blij ding om te zien, als een bloem of een vlinder, en in mijn westersche hart weent het

I) „Ga mee naar boven! ga mee naar bovenI"

Sluiten