is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een lichte damp trekt boven den rossigen bodem, waarin de kleuren vreemd glanzen, de stanken en geuren bedwelmen mijn hoofd, en ik hoor het schel stemmen-gegil nu dof in mij doorklinken, als door een gaas. Ben ik dronken, of word ik ziek? Waak ik, of is dit alles een bange, sombere droom? Ik voel het zweet mij uitbreken onder mijn goed, en een wee gevoel wiebelt mijn maag langs. — Kijk, daar, alwéér die open huizen met schitterlicht en goud, met altaren vol bloemen en vazen en bronzen, blinkende vaten en schitterende platen aan den wand. De grimmige Kouan Ti hangt er woest te dreigen, en strijkt zijn langen baard, en vreemde, vijandige goden loenschen lachend van de muren. — De Cantonvrouwen, in zwarte bombazijnen jakken, staan voor de deuren, met hun hel beschilderd gezicht, en zingen met hooge gillen en lokken als katten zoo valsch en zacht. — Alweer vrouwen nu, en vrouwen, en nóg eens vrouwen, voor die schreeuwende, zweetende, glimmende bruine beest-menschen, die dampend door den rooden-gouden avond gaan. Dat rijdt en rent en rost maar, in die gouden nacht-stad hier, dat