Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonnen en zeeën! In 't bleeke Westen was het niet, en niet in 't rood-gloeiende Oosten, ik heb nergens, nergens gevonden en liep maar altijd tastend, wankelend door, o! kom nu, kom nu, reine rust van 't oneindige, en laat deez' moede, onvoldane ziel nu zachtekens vergaan in 't groote Niet, als een moêgezworven schip in veilige, eindelijke haven!....

Zóó sta ik droomend te staren aan de nachtelijke zee, en ik voel de warme tranen van mijn fel verlangen langs mijn wangen glijden. De golfjes klotsen dl maar tegen den steenen wal, met den diep-melancholieken klank van gouden gamelan-geluiden, de wind wuift koelend heen en weder langs mijn gloeiend hoofd. Zou het nu komen, zou het nu eindelijk, eindelijk komen? Wat wenken mij die verre lichtjes dan toch toe, wat fluistert daar toch in die wijde stilte, waar wil mijn droeve heimwee dan henen, dat ik weenen hoor vèr, in de verre verten van mijn ziel ?....

Nu ben ik dan toch door véle, o! vele duizenden menschen weêr gegaan, hun schitterende oogen heb ik gezien, en heb gehoord

Sluiten