is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewustzijn, in een droomerig vergaan met de dingen öm je, die weg-wemeren tot niets.

Toen hoorde ik een zachten stap naast mij, en ik zag een ouden, grijzen hadji naderen, in paars zijden kaftan, een gelen hoofddoek om het hoofd. Hij droeg een mantel over den arm, dien hij zachtjes uitspreidde op den grond. Hij stond éven stil en staarde over de zee, naar de ondergaande zon, die goud reflecteerde op zijn donkerbrons gezicht. Toen viel hij op de knieën op den uitgespreiden mantel, bracht de handen éven devoot voor het voorhoofd, en begon zacht te bidden tegen het rossig-gloeiende Westen, alsof hij daar iets zéér eerbiedwaardigs had gezien.

Dit gebeurde vlak bij mij, maar de hadji scheen mij niet te zien, zoo ganschelijk geabsorbeerd als hij was in zijn vroom gebed. Zijn bidden was eerst een zacht geklaag, maar werd al luider en luider, steeg op tot een melancholiek gezang, al sneller en sneller, en een vreemde gloed blonk over zijn donker gezicht. Nü boog hij het hoofd diep voorover,