is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doek weer had genomen van haar moederborst.

In de hotsende sadó, waar wij terugreden langs de van roode bloemen pralende spatodeaboomen, dacht ik om den simpelen kunstenaar , die daar zoo gansch eenvoudig woonde in een bamboe-hut onder de palmen, en de grootheid van zijn eigen kunst niet weet. — Zóó als in 't wondere land van China leeft in 't eeuwig groene Indië de kunstenaar ongeweten, zonder glorie, als een gansch gewone werkman, in wien Schoonheid woont onbewust. Hij maakte de mooie dingen argeloos en van-zelve, en voelt zijn eigen begenadigd groot-zijn niet.

Is dan alles in 't Oosten zuiverder en reiner dan 't Westersche leven, waar ik, bleeke blanda, mij ééns superieur in dacht?

En met een vage schaamte groette ik de kleurige, gracieuze menschen, die lichtelijk het hoofd bogen waar wij kwamen, die donkere , bronzen Soendaneezen, wier zachte, rhythmische gang gaat als op wiegingen van melodische muziek