Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dein, opeens, totaal «er uit», en nog steeds niets met Faust gemeen hebbend, maar héél apart, en mooi, om vantewéénen, een paar oude javaansche liedjes, roerend van eenvoud en innig sentiment. Liedjes van vóór eeuwen en eeuwen, gezongen in de kampongs en dessa's, door minnaars voor hun lief, door moeders voor hun kinderen, liedjes, waarin de droomerige javaansche volksziel lacht en schreit.

En 't was merkwaardig, hoe dan tegelijk het orchestje veranderde, een armzaligzoodje van een stuk of vijf, zes verongelukte Indo's, een piano bespelend, een paar violen, een bas en een valsche clarinet. Die muziek kenden zij, die muziek voelden zij verwant aan hun eigen omnachte, altijd maar heel vaag bewuste ziel. De violen klaagden wonderlijk, en er was er één bij die, ongeweten, nu en dan sublieme dingen streek, trillende van gevoel. O! Hier w&s dan toch het mooie, wel niet van «Faust», maar tóch het mooie, en de avond was dus niet verloren.

Als je nu de oogen dicht deed en niet zag,

Sluiten