is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oogen hield ze flauw gesloten: het was als een bestendig stil-smeeken om rust.

Hij voelde een medelijden verteederend in zich groeien. Eenige malen waasde een lange geeuw door de stilte.

„Je bent moe, lieverd" — zei hij zorgelijk — „je moet van avond maar vroeg naar bed gaan."

„Ja" — gaf ze toe, wiüoos, met een zucht, als was haar zelfs het sprèkëïTTe veel. „Ik kan m'n oogen nou al bijna niet meer openhouden." En verklarend vervolgde ze: „Het was vanmorgen ook weer voor vijve . . ."

Het was een nauw ontstaan van klanken, een loom rekken van haar stem boven de sfeer van moeheid, die haar zwaar drukte. Fijne gele geluidlijnen waren het op het egaal-donkere vlak der stilte.

„Ja" erkende hij meewarig.

„Wil je nog thee?" bedacht ze zich opeens.

„Graag" — nam hij dankbaar aan. „Ik heb den heelen weg terug geloopen, en het is zoel buiten . . . M n hart was eigenlijk goed genoeg, om onderweg ergens een glas bier te knappen."

„En waarom heb je het dan niet gedaan?" vroeg ze bits, verwonderd.

„Och ..." — ontweek hij.

„Uit zuinigheid, soms ?" raadde zij, scherp spottend , zich naar hem omdraaiend bij het buffet.

„. .. O, weet je wie van avond hier komt?" viel