Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al zoo dikwijls hadden ze op deze wijze hetzelfde besproken , en steeds met denzelfden uitslag. Leen, die bij andere geschillen altijd toegaf, zoodat ze hem zefls I wel eens „irriteerend-goedhartig" vond, scheen in dit geval onverklaarbaar koppig zijn zin tot het uiterste te willen doordrijven.

„Kom" — zei hij eindelijk , loom opstaand — „zullen we nou het licht maar aansteken?"

„Hè toe . . ., nog even schemeren" . . . „Het is zoo heerlijk zoo" — vleemde ze in stille verrukking, haar gezicht flauw glimlachend in zalige rust.

Leen ging weer zitten.

Tien minuten verliepen zwijgend.

Toen stond hij weer op, vast-besloten nu.

„Het petroleum-toestel kan zeker wel uit?" — vroeg hij bij het buffet, deemoedig, wetend dat zij 't niet gaarne had, dat hij zich met huishoudelijke zaken bemoeide.

„Zuinigheid?" —spotte ze, fijntjes lachend. Maar plots veel ernstiger, de gelegenheid gunstig achtend, vervolgde ze: „Ik had je juist willen voorstellen, of we toch maar niet een kinderjuffrouw zouden nemen, Leen . . .: Ik kan het heusch niet meer alleen af."

„Een kinderjuffrouw...?" — Schrok hij. „En je hebt twéé meiden . . . ?"

„Nou ja: éen, en een dag-meisje . .

„Nou? ... Ja maar, je begrijpt toch wel, Nelly, dat dat nou niet gaat" — voer hij verbaasd uit. „Jij

Sluiten