is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bizondere gave, die maar weinigen kregen, waarvoor ze dankbaar, heel dankbaar moest zijn, en ze gevoelde ook, dat alle geleden ellende daardoor op eens werd vergoed. Ongemerkt deinden haar gedachten toen weer uit naar het naast-omgevende, en zette dat alles in het vermooiend licht van haar teer-tintelende innerlijke vreugde. Ze voelde zich nu rijk in de weelde van haar gewoon burgerlijk leven. Was er iets, dat anders béter wezen zou?... Leen, wien ze zoo dikwijls heimelijk en openlijk zijn lompheid en ongevoeligheid verweten had, . . . nu stond hij daar als haar machtige goejerd, groot en sterk in het leven door zijn mooie, bijna kinderlijke eenvoud . . .; en haar werk- en zorg-gevende kinderen . .. wat zou het leven kaal en koud zijn geweest zonder die lieve nooiteindende plichten, die, als sterren, haar den weg wezen in het leven . . .

Een harde bèl-klingel stootte haar plotseling geheel in het reeële leven terug met een schrik-schok, die haar lichaam trillen deed. Zij voelde zich ontstemd, als na een slechte daad, waaraan men zich in een oogenblik van zwakte overgeeft , en waarvan slechts de wroeging blijft na-bestaan . ..

„Dat zal Joost zijn" — mompelde Leen. Kletterend sloeg hij de krant dicht.

Zij was nog niet geheel terug in het leven: alles scheen haar on-wezenlijk nog.

„Hoe is het met de koffie"?—vroeg zij bijna onbewust.